Thema Omgaan met Woede

Thema omgaan met woede

Inhoud

Verslag van de avond

Op 17 maart 2016 hadden we een thema-avond over "Omgaan met woede".

 

De thema-avond werd ingeleid door Alexandra Wagenaar. Zij heeft een zoon met autisme en werkt in een instelling met mensen met autisme. Zij vertelde over haar ervaringen met de spanningsmeter, een instrument om samen in gesprek te gaan over het omgaan met spanning. De inleiding was een opmaat om ervaringen uit te wisselen over het omgaan met woede....

 

Alexandra heeft de opleiding Autistencoach gedaan. In dat kader moest zij een instrument bedenken die te gebruiken zou zijn in de instelling. Zij ontwikkelde 3 deurhangers: een groene, een oranje en een rode met aan de ene kant een verboden toegang verkeersbord en aan de andere kant een verkeersbord voor tweerichtingsverkeer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(download alle deurhangers in Word)

 

Ze had dit ontwikkeld omdat de cliënten in de instelling vaak aangaven zich door het personeel overvallen te voelen als die bijvoorbeeld na de wisseling van de wacht (na kloppen) hun kamer kwamen binnendenderen om hen te begroeten. De bedoeling van de deurhangers was dat de cliënten aan konden geven in welke stemming ze waren en of het personeel mocht binnenkomen.

 

"We zijn geneigd voor de ander te denken"

 

 

Maar toen ontstond de vraag: kunnen de cliënten hun eigen stemming koppelen aan de kleuren groen, oranje of rood? Tot dan toe bepaalde eigenlijk het personeel in welke stemming hun cliënten waren. Ineens besefte Alexandra dat het zowel in de instelling als thuis eigenlijk heel ongebruikelijk is de ander te vragen naar hun stemming en hun beleving daarvan. Tenminste als beide partijen gewoon in rust verkeerden. Dat was een eye-opener: zou het niet mogelijk zijn dat er daardoor vanzelf misverstanden ontstaan die nooit worden opgelost? En dus ging Alexandra met de cliënten in gesprek. Uit die gesprekken ontstond de spanningsmeter ("zo noem ik 'm; lekker neutraal").

 

We gaan vaak het gesprek aan te als we zelf en/of de ander al geagiteerd of woedend is.

De grootste kunst is om die momenten voorbij te laten gaan,

en pas iets te gaan doen als je allebei rustig en los van de context bent.

 

Alexandra had 3 spanningsmeters meegenomen: 1 blanco en 2 ingevulde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met de ingevulde kon ze goed laten zien dat verschillende personen de spanningsmeter ook heel verschillend invulden. Dat houdt ook in dat de ene cliënt nog wel aanspreekbaar is als hij in oranje zit, en de ander niet meer. Bij degene die in oranje nog wel aanspreekbaar is, merkte ze dat ze nu makkelijker aan het gedrag voorbij kon gaan en degene ging vragen naar de oorzaak van de spanning. En soms kon ze dan hulp bieden. In z'n algemeenheid merkte ze dat de kwaliteit van omgaan met elkaar sterk was toegenomen, hetgeen bij de cliënten ook leidde tot verbetering in hun situatie.

 

Alexandra vertelde dat de spanningsmeter nog steeds in ontwikkeling is. Op de meegebrachte voorbeelden van Patrick en Stijn stond nog niet de nieuwe kolom "Als ik mij zo voel kan ik zelf ....". Ze merkte namelijk op dat de cliënten door het gesprek veel meer tot zelfinzicht kwamen en ook gingen kijken naar wat ze zelf konden doen in verschillende situaties. Beide zaken die hun gevoel van controle hebben versterkten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn overigens meer mensen die ook een soort spanningsmeter ontwikkeld hebben. Het maakt eigenlijk niet uit welke je gebruikt. Neem degene die het meeste bij je past. Ga er samen aan zitten als je allebei zo rustig mogelijk bent, maar bedenk "sommige mensen komen nooit in het groen."

 

Alexandra lichtte haar verhaal toe met vele voorbeelden uit de instelling en van bij haar thuis. Deze toelichtingen riepen veel associaties op bij de rest van de deelnemers. En er werden dan ook vele ervaringen uitgewisseld: over onderwerpen die boosheid oproepen, over manieren om er tegen aan te kijken, over het maken van afspraken en wat je doet als de boosheid eenmaal in ernst is toegeslagen. De conclusies van de avond staan in het volgende deel: praktische aanpak.

 

Al met was het een zeer geslaagde avond, met de hartelijke dank aan Alexandra en alle deelnemers.

 

In de instelling kwam Patrick. Hij was al in vele instellingen geweest en moest daar telkens weg omdat hij zo agressief was. Ook bij Alexandra in de instelling moest hij verschillende keren per week in de separeer. Tijdens het invullen van de spanningsmeter vertelde Patrick dat als hij heel erg boos was hij de behoefte kreeg om zich in zijn kamer terug te trekken. Dat was dan het enige waar hij aan kon denken. Maar de begeleiders van de instelling belemmerden zijn terugtocht. Ze gingen voor en om hem heen staan. Hij kon dan nog maar één ding doen en dat was zich een weg er doorheen vechten. Toen Alexandra hem vroeg of het dus een oplossing zou zijn om hem niet meer in de weg te staan, antwoordde Patrick bevestigend. Alexandra gaf aan dat de begeleiding bang was dat hij misschien de andere cliënten iets aan zou doen. Maar ze beloofde er met hen over te praten. "Oja ... ", zei Patrick vervolgens: "Daarna komen jullie ieder half uur vragen hoe het met mij gaat. Ben ik net een beetje afgekoeld, sta ik gelijk weer in lichterlaaie." Alexandra legde uit dat de begeleiding wel bezorgd om hem was en vroeg hem hoe zij dan gerustgesteld konden worden. Patrick gaf aan een hanger aan de deur te hangen wanneer hij weer toe was aan contact. De begeleiding stemde toe om deze strategie een aantal malen uit te proberen. Sindsdien is Patrick niet meer in de separeer geweest. Maar niet alleen dat ... hij is zelfs gaan werken!

Praktische aanpak

 

Uit de gesprekken tijdens de thema-avond kwamen de volgende bevindingen.

 

 

Preventief: de spanningsmeter (klik op afbeelding om te downloaden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Ga er samen voor zitten als je allebei zo rustig mogelijk bent. Vul 'm in zonder een specifieke context in je achterhoofd. Die contexten kunnen natuurlijk in het gesprek dat ontstaat wel aan de orde komen, maar probeer de spanningsmeter zo algemeen mogelijk te houden.

 

TIP: Voordat je het gesprek aangaat is het misschien handig het schema eerst eens voor jezelf in te vullen. Je leer jezelf beter kennen, maar je merkt ook de dingen waar je tegen aan loopt bij het invullen (welke punten vind je moeilijk in te vullen etc?). Daarnaast kan je daarmee laten zien dat het niet alleen iets is voor de ander, maar ook gewoon iets voor jezelf. Misschien kan het een hulpmiddel zijn om een opening te maken voor het gesprek, bijvoorbeeld omdat je kunt vergelijken.

 

  • Kies een ander soort spanningsmeter, als die beter bij jullie past. Maar laat in ieder gesprek de volgende elementen terugkomen:

ik voel mij ...

dan voel ik in mijn lijf ...

dat ziet er zo uit/dan doe ik ....

dan doet mijn omgeving ...

dan zou je mij kunnen helpen door ....

dan zou ik mijzelf kunnen helpen door ....

 

  • Maak er eventueel een mooi verhaal omheen.

 

Onze zoon van 8 was altijd erg met draken bezig. Hij kreeg een 'drakenthermometer'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Neem het schema na verloop van tijd nog een keer door. Is er ondertussen iets veranderd? Zijn er nieuwe inzichten?

 

  • Na het invullen: Wanneer je aan het gedrag ziet dat de spanning oploopt vraag naar oorzaken/biedt hulp aan, in plaats van te reageren op het gedrag zelf.

 

 

Preventief: het maken van afspraken

 

De spanningsmeter is een algemeen instrument die het mogelijk maakt om het opbouwen van spanning te herkennen en er op een afgesproken manier op te reageren. Daarnaast zijn er afspraken nodig voor concrete situaties. Het hebben van afspraken geeft duidelijkheid en rust.

 

  • Ga ervoor zitten als je allebei zo rustig mogelijk bent.

 

  • Wees nieuwsgierig naar de beleving van de ander.

 

  • Wees kritisch op jezelf: is iets echt noodzakelijk voor de ander of voel jij je er beter door?

 

Onze zoon wil iedere dag op precies een bepaald tijdstip de deur uit. Als hij zelf al eerder klaar was, bleef hij vervolgens wachten tot het tijd was. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat je toch ook eerder kunt vertrekken. Maar hij bleef vasthouden aan zijn manier. Op den duur zag ik in dat ik het teveel op mijn eigen manier wilde. Zijn manier was op zich ook prima. De ruzie ontstond alleen omdat ik het graag anders wilde.

 

  • Wees kritisch op jezelf of je niet overvraagt (past de vraag/de verwachting bij het individuele ontwikkelingsniveau van dat moment op dat gebied)

 

Toen ik een zware operatie kreeg maakte ik met de kinderen de afspraak dat ieder per dag drie taken moest doen. Toen na de operatie iets op de grond viel en ik hem vroeg het voor mij op te rapen, zei mijn zoon: "Ik heb mijn drie taken al gedaan". In eerste instantie was ik boos. Hij kon zoiets kleins toch wel even voor mij doen? Toen realiseerde ik me dat hij gewoon het inlevingsvermogen (nog) niet had om de redelijkheid van de vraag in te zien.

 

  • Geef iets te kiezen, bijvoorbeeld het tijdstip van de taak (die je vervolgens wel samen vastlegt).

 

  • Maak afspraken zo concreet mogelijk. Spreek ook af wat er gebeurt als de afspraak op het moment zelf toch nog onduidelijkheid geeft.

 

  • Bespreek consequenties (en houd je er ook aan!)

 

  • Stel prioriteiten. Teveel afspreken leidt tot overprikkeling. Stel dus prioriteiten en wil niet alles in één keer.

 

  • Wees duidelijk in wat je wel of niet kunt geven.

 

"Ben ik net zelf helemaal in het rood gejaagd,

moet ik ineens groen gaam doen"

 

Mijn dochter kan enorm boos worden en daarmee zo onredelijk dat ik ook boos word. Maar op gegeven moment is bij haar de boosheid over en wil ze ineens dat ik weer heel gezellig met haar ga doen. Ik ben dan nog boos en dus kan ik dat niet. Ik vind dat ook onredelijk.

 

 

In het moment van spanning/woede zelf

 

Omdat bij mensen met autisme spanning/woede vaak komt door een gevoel van controleverlies, is het terug geven van controle de kern waarmee de woede van mensen met autisme moet worden benaderd. Soms kan dat nog als de spanning niet te hoog is opgelopen.

 

Teruggeven van controle kan je doen door:

 

  • De spanning te benoemen en te vragen of je kan helpen

 

"Ik zie dat je gespannen bent. Kan ik je ergens mee helpen?"

 

  • Verminder het aantal prikkels

Stel voor dat de ander zich terugtrekt om tot rust te komen. Zeg erbij dat je er over praten gaat wanneer beide partijen weer in het groen zitten.

 

  • Wijs op een prikkel die speelt

Mensen met autisme zijn zich soms van bepaalde prikkels niet bewust, bijvoorbeeld honger, dorst of een behoefte aan toiletgang. Door hen aan die prikkel te herinneren geeft je hen de controle terug dat ze er iets aan kunnen doen.

 

  • Geef ruimte om te kiezen

Bijvoorbeeld om het op de eigen manier te doen of op een eigen gekozen tijdstip.

 

"Ik wil vandaag graag wassen. Ik wil dat jij daarvoor je was bij elkaar zoekt en bij de wasmachine legt. Wanneer denk je dat te kunnen doen?"

 

  • Geef kleine deeltaken of verander de taak in een simpelere taak

Vraag jezelf af of de ander al wel over de vaardigheden beschikt om aan de verwachtingen te voldoen en pas de taak zo nodig aan.

 

Als ik wilde dat mijn zoon de tafel ging dekken, lukte dat alleen door hem telkens deeltaakjes te geven: zet de borden op tafel, zet bekers op tafel etc. Pas nadat hij dat jaren achtereen zo had gedaan, wist hij zelf welke handelingen hij achtereenvolgens moest verrichten.

 

  • Breng samenhang aan

Wordt de situatie wel begrepen? Ga er even rustig samen zitten om de gang van zaken door te spreken.

 

Op een keer gingen we op een tussentijdse vakantie. Maar tijdens de vakantie had ik het gevoel alles zelf te moeten doen. Als ik actie van mijn zoon vroeg stuitte ik op weerstand. Ineens besefte ik me dat we normaal gesproken voor een vakantie altijd even door spreken wat en wanneer wie wat doet. Ik realiseerde mij dat ik dat voor deze vakantie niet had gedaan. De volgende dag nam ik mijn zoon even apart om hem aan de vorige vakanties te herinneren en de verschillende taken die we dan deden. Mijn zoon gaf aan blij te zijn met het gesprek, want hij had geen idee hoe hij er mee aan moest. Hij voelde zelf ook dat het niet liep, maar wist niet hoe hij dat kon veranderen. Vanaf dat moment liep alles weer op rolletjes.

 

  • Choose your battles

 

Mijn zoon smeert iedere dag brood om de volgende dag mee naar zijn werk te nemen. Ik wilde graag dat hij dat na het avondeten deed. Maar hij was daar niet toe te zetten. Soms deed hij het pas midden in de nacht. Eindeloos ruzie hebben we er om gevoerd. En nu denk ik ..... ach het is niet mijn manier, maar het komt wel goed.

 

 

Teruggeven van controle is vaak moeilijk op het moment zelf. Het vraagt het vermogen om bij jezelf de knop om te zetten van het reageren op de ander, naar het kijken naar je eigen rol en je eigen verwachtingen. Daarnaast moet je, om succesvol te zijn, ook nog in staat zijn om vlot tot een nieuwe aanpak te komen. Dat is dus allemaal erg lastig. Val jezelf daarom niet te hard als het je niet goed lukt.

 

Wanneer het echt tot een totale uitbarsting komt zijn er weinig middelen om er zinnig mee om te gaan. Op het gebied van vermindering van het aantal prikkels is het vooral van belang de woedeaanval zoveel mogelijk te dirigeren naar een plek waar er zoveel mogelijk in afzondering uitgeraasd kan worden. Verder is vooral niks doen geboden (voor zover dat mogelijk is natuurlijk - als iemand het huis kort en klein slaat moet je misschien toch optreden). Ga vooral niet in discussie, en probeer vooral niet te troosten - beiden leveren alleen meer prikkeling en dus spanning op.

 

Theoretische achtergronden

 

Autisme uit zich vaak in de volgende kenmerken:

 

  • CC = weinig centrale coherentie

Bij mensen met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier: de meeste mensen nemen de wereld globaal waar, mensen met autisme hebben daarentegen meer de neiging om de wereld in fragmenten te ervaren. Ze moeten puzzelen om een samenhang aan te brengen in wat ze waarnemen.

 

  • EF = gebrek aan executieve functies

Executieve functies of besturingsfuncties zijn denkprocessen die cruciaal zijn bij het plannen van acties en het doelgericht oplossen van een probleem.

 

  • TOM = beperkte Theory of Mind

TOM gaat over het vermogen tot inleven en empathie. Dit is lastig; je moet heel veel verschillende signalen (woorden, gezichtsuitdrukking, houding) en situaties (als moeder het zegt is het anders dan als een vriendje het zegt) interpreteren. Het is voor mensen met autisme bijna ondoenlijk al die menselijke interactie en al het gedrag in een totaalplaatje te vatten. Het is niet dus zo dat mensen met autisme zich niet kunnen inleven in een ander, maar meer dat zij niet het overzicht hebben om vervolgens de juiste reactie te geven.

 

  • Zintuiglijke over- en onderprikkeling

Veel mensen met autisme hebben last van zintuiglijke overprikkeling, zoals last van geluiden of bewegingen van anderen ( terwijl ze die zelf ook produceren en daar geen last van hebben). Tegelijkertijd hebben ze op andere gebieden last van onderprikkeling. Een bijvoorbeeld daarvan is het niet opmerken van honger.

 

  • Disharmonische ontwikkeling

Autisme wordt een pervasieve (diep doordringende )ontwikkelingsstoornis genoemd. Bovengenoemde kenmerken maken dat mensen met autisme zich niet 'standaard' ontwikkelen. Op sommige gebieden kunnen ze heel voorlijk zijn, op andere gebieden kunnen ze erg ver achter lopen op hun leeftijdsgenoten. Aangezien de wijze waarop voor alle mensen met autisme anders is, is het voor de omgeving vrijwel niet in te schatten wat het ontwikkelingsniveau op de verschillende ontwikkelgebieden is.

 

Deze kenmerken zorgen ervoor dat mensen met autisme de wereld ervaren als een chaos. Er is voortdurend gepuzzel nodig om de wereld te begrijpen. Dat kost enorm veel energie en hersencapaciteit. Om de efficiëntie van de ingezette energie en hersencapaciteit te vergroten, proberen mensen met autisme de wereld zo geordend en daarmee voorspelbaar mogelijk te maken. Hoe meer zaken in hun omgeving voorspelbaar zijn, hoe meer ruimte over blijft voor de rest van het puzzelwerk. En toch blijven ze altijd achter lopen.....

 

Mensen met autisme leven dus in een wereld, waar ze -in het beste geval- altijd op het punt staan de controle te verliezen. Vanuit dat gegeven is het begrijpelijk dat er makkelijk woede ontstaat. Ze doen ontzettend hun best en toch ontglipt het hen makkelijk. Het is ook daarom dat het niet alleen degene met autisme kan zijn, maar dat het juist de omgeving is, die iets moet doen, nl. helpen de controle (terug) te krijgen.

 

Dit gedicht komt dan niet van de avond,

maar is wel heel illustratief.......

 

Mama,

 

Als het weer zo'n dag is,

Dat mijn hoofd vol met mist zit,

En ik het mezelf maar ook jou moeilijk maak.

 

Wanneer de spanning ondraaglijk voelt,

Ik niet meer kan horen wat jij bedoelt,

En ik steeds meer in mezelf raak.

 

Wanneer ik uit angst grip probeer te houden,

Door alles wat vertrouwd is heel dichtbij me te houden,

En ik door elke verandering nog meer uit evenwicht raak.

 

Wanneer ik alleen nog mijn gelijk wil halen,

Met controle de wereld wil bepalen,

En niets mij meer ontspannen maakt.

 

Mama, snap dan dat het mijn angst is die regeert,

Dat het even niet uitmaakt wat jij probeert,

Of wat je doet, of misschien juist laat.

 

Word niet boos, maar probeer me te begeleiden,

Me van mijn angsten te bevrijden,

Laat me voelen dat je naast me staat.

 

Autidicht Autisme (facebook community)